Het Israëlische Hooggerechtshof heeft een omstreden wet ongedaan gemaakt, die bedoeld was om juridische toetsing van besluiten van parlement en regering in Jeruzalem te beperken. Het Hof besloot met acht stemmen voor en zeven tegen de ‘redelijkheidswet’ buiten werking te stellen. Het is de eerste keer in de Israëlische geschiedenis dat een quasi-constitutionele zg. ‘basiswet’ wordt afgekeurd door de hoogste rechter van de Joodse staat.
De wet bepaalde dat de Hooggerechtshof besluiten van de regering en de Knesset niet mag beoordelen op het redelijkheidscriterium. Velen in Israël – de overgrote meerderheid van rechters, advocaten, rechtsgeleerden en volgens peilingen de meerderheid van de bevolking – zien die redelijkheidstoetsing als cruciaal voor de rechtsbescherming van de burger omdat diens rechten niet gegarandeerd worden door een grondwet. De Israëlische politiek heeft nooit een grondwet gefabriceerd, een ernstige weeffout bij het ontstaan van de Joodse staat, waardoor de burger slechts door de rechter beschermd kan worden tegen de overheid.
De ‘juridische hervormingen’ worden door experts en de meerderheid van de Israëli’s gezien als een aanval op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht
Juist dit laatste wilden de rechte premier Benjamin Netanyahu en zijn extreemrechtse en ultraorthodoxe coalitiepartners onmogelijk maken toen zij vorig jaar het verbod op redelijkheidstoetsing in recordtempo door de Knesset joegen. Die houding van ‘de meerderheid plus één mag doen wat zij wil’ leidde tot massale protesten binnen de Israëlische samenleving en het aanvechten van de wet in kwestie bij het Hooggerechtshof. Dat heeft nu besloten de regeling buiten werking te plaatsen, ondanks het feit dat de regering deze had verpakt in een ‘basiswet’. Overigens worden die – anders dan grondwetten in andere Westerse democratieën – met een gewone meerderheid aangenomen en bieden dus geen extra garanties voor de bescherming van de burger.
Het verbod op redelijkheidstoetsing was slechts de eerste van een heel pakket maatregelen dat de regering-Netanyahu hardnekkig als ‘juridische hervormingen’ blijft omschrijven, maar wat door experts en de meerderheid van de Israëli’s wordt gezien als een aanval op de invloed en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Zo wil de (extreem)rechts de benoeming van rechters, tot nu toe geregeld in een afgewogen proces waarin alle betrokken partijen tot een consensus moeten komen, volledig in handen van de regering leggen. De reden hierachter is dat de rechts-religieuze partijen de rechterlijke macht en met name het Hooggerechtshof zien als een obstakel op de weg naar een minder liberaal en seculier Israël.
De rechterlijke, wetgevende en uitvoerende machten staan nu lijnrecht tegenover elkaar
Het hof besloot de wet te schrappen met de kleinst mogelijke meerderheid, 8-7, waarbij het echter wel zo was dat slechts twee opperrechters onomwonden de zijde van de regering kozen. De andere vijf tegenstanders hadden weliswaar ernstige bedenkingen bij de plannen van de regering, maar zagen liever een andere uitweg uit de constitutionele crisis waarin het land vanaf vandaag verkeert. Immers, de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende machten staan nu lijnrecht tegenover elkaar. Premier Netanyahu heeft tot nu toe geweigerd te zeggen of hij zich aan de uitspraak van het Hof zal houden. Doet hij dat niet, zal de oppositie dit als een ‘juridische staatsgreep’ beschouwen.
Netanyahu’s radicaal-rechtse minister van Justitie Yariv Levin heeft laten weten zich weinig te willen aantrekken van het vonnis van het Hooggerechtshof, zonder echter expliciet te zeggen dat hij het niet zal uitvoeren. Vorig jaar werd de dreigende constitutionele crisis beschouwd als een ramp voor de Joodse staat, maar sinds het Hamas-bloedbad van 7 oktober en de oorlog in Gaza is deze historische situatie een stuk minder belangrijk geworden voor veel Israëli’s. Toch lijkt het einde van de ‘juridische hervormingen’ nabij, gezien de extreme impopulariteit van de regering-Netanyahu. Volgens alle peilingen zou zijn rechtsreligieuze coalitie weggevaagd worden als er nu verkiezingen gehouden werden.
Op de foto hierboven het Hooggerechtshof in Jeruzalem in zitting – Foto: Chaim Goldberg/Flash90