Traditioneel droegen Joden eeuwenlang twee voornamen: de eerste voor ‘in de maatschappij’, de tweede de Joodse, waarmee ze bijvoorbeeld in sjoel worden opgeroepen. De laatste decennia werd die traditie steeds meer losgelaten. Waarom je zoon of dochter niet gewoon Kfir of Ayelet noemen?
De vraag is of die openheid nu wordt teruggedraaid. Binnen het tijdsbestek van één uur sprak ik vrijdag verschillende personen die het specifiek over namen hadden. Wellicht niet exemplarisch voor de hele gemeenschap, maar wel ze zijn tekenend voor de druk waaronder Nederlandse Joden zich voelen staan. Een vriend meldde me dat er onder Amsterdams-Joodse ouders een discussie gaande is: is het nog wel verstandig hun kinderen onder hun modern-Hebreeuwse of Israëlische naam in te schrijven bij een universiteit? Is het niet verstandiger de leiding te vragen of hun spruit niet kan worden ingeschreven – of kan worden aangesproken – met bijvoorbeeld Irene in plaats van Ayella? Want onherroepelijk zouden de studenten in spe de vraag krijgen waar Ayella vandaan komt. En dan zou ze moeten antwoorden: Israël. Met alle vervolgvragen van dien.
“Ik reserveer bij een restaurant niet meer onder mijn gehele naam, maar geef alleen de eerste letter van mijn voornaam op, met mijn redelijk algemene achternaam,” vertelde een kennis me. Een moeder vertelde hoe haar zoon het idee voorlegde zijn toekomstige kinderen de naam van zijn vriendin te geven, die achternaam klonk tenminste minder Joods. Het is anekdotisch bewijs, maar niet eerder hoorde ik dit soort ‘creatieve oplossingen’ om de Joodse identiteit te verhullen.
‘Vechten of vluchten’ is een vraag die veel Joodse Nederlanders zich steeds vaker stellen. En ben je een zionistische Jood – het overgrote deel is dat – dan is die vraag nog pregnanter. Kijk naar hoe zogenaamd ‘objectieve’ kranten handelen, zoals NRC. Daarin verscheen op 1 mei een antisemitisch stuk van de Palestijnse journaliste Rajaa Natour. Volgens haar vormen Israëli’s een bloeddorstig volkje, want die samenleving zou de man ‘pas op zijn best vinden’ als hij ‘Palestijnen vermoordt, vernedert, onderdrukt en uitkleedt.’ Verkracht stond er nog net niet bij. Bij opiniechef Lotfi El Hamidi ging geen lampje branden. De nationaal coördinator antisemitismebestrijding Eddo Verdoner voelde zich genoodzaakt te reageren op dit schotschrift dat voortborduurt op antisemitische stereotypen. Noch El Hamidi noch de ombudsman van de krant vond publicatie van dat weerwoord de moeite waard. Het NIW publiceerde Verdoners tekst wel op de website. De daarop ontstane algehele verontwaardiging op sociale media deed El Hamidi schimpend af en het vod van Natour staat bij NRC nog steeds online.
Namen
Traditioneel droegen Joden eeuwenlang twee voornamen: de eerste voor ‘in de maatschappij’, de tweede de Joodse, waarmee ze bijvoorbeeld in sjoel worden opgeroepen. De laatste decennia werd die traditie steeds meer losgelaten. Waarom je zoon of dochter niet gewoon Kfir of Ayelet noemen?
De vraag is of die openheid nu wordt teruggedraaid. Binnen het tijdsbestek van één uur sprak ik vrijdag verschillende personen die het specifiek over namen hadden. Wellicht niet exemplarisch voor de hele gemeenschap, maar wel ze zijn tekenend voor de druk waaronder Nederlandse Joden zich voelen staan. Een vriend meldde me dat er onder Amsterdams-Joodse ouders een discussie gaande is: is het nog wel verstandig hun kinderen onder hun modern-Hebreeuwse of Israëlische naam in te schrijven bij een universiteit? Is het niet verstandiger de leiding te vragen of hun spruit niet kan worden ingeschreven – of kan worden aangesproken – met bijvoorbeeld Irene in plaats van Ayella? Want onherroepelijk zouden de studenten in spe de vraag krijgen waar Ayella vandaan komt. En dan zou ze moeten antwoorden: Israël. Met alle vervolgvragen van dien.
“Ik reserveer bij een restaurant niet meer onder mijn gehele naam, maar geef alleen de eerste letter van mijn voornaam op, met mijn redelijk algemene achternaam,” vertelde een kennis me. Een moeder vertelde hoe haar zoon het idee voorlegde zijn toekomstige kinderen de naam van zijn vriendin te geven, die achternaam klonk tenminste minder Joods. Het is anekdotisch bewijs, maar niet eerder hoorde ik dit soort ‘creatieve oplossingen’ om de Joodse identiteit te verhullen.
‘Vechten of vluchten’ is een vraag die veel Joodse Nederlanders zich steeds vaker stellen. En ben je een zionistische Jood – het overgrote deel is dat – dan is die vraag nog pregnanter. Kijk naar hoe zogenaamd ‘objectieve’ kranten handelen, zoals NRC. Daarin verscheen op 1 mei een antisemitisch stuk van de Palestijnse journaliste Rajaa Natour. Volgens haar vormen Israëli’s een bloeddorstig volkje, want die samenleving zou de man ‘pas op zijn best vinden’ als hij ‘Palestijnen vermoordt, vernedert, onderdrukt en uitkleedt.’ Verkracht stond er nog net niet bij. Bij opiniechef Lotfi El Hamidi ging geen lampje branden. De nationaal coördinator antisemitismebestrijding Eddo Verdoner voelde zich genoodzaakt te reageren op dit schotschrift dat voortborduurt op antisemitische stereotypen. Noch El Hamidi noch de ombudsman van de krant vond publicatie van dat weerwoord de moeite waard. Het NIW publiceerde Verdoners tekst wel op de website. De daarop ontstane algehele verontwaardiging op sociale media deed El Hamidi schimpend af en het vod van Natour staat bij NRC nog steeds online.
Gerelateerd
Lees meer »
Meer Nieuws en Achtergrond
Het einde van de hel
Eeuwenoude aktes leveren splinternieuw paspoort op
Graven naar koning David
Vergeet alles wat je weet over Massada