De Wit-Russische dictator Aleksandr Loekasjenko is wederom uit zijn antisemitische slof geschoten. Naar aanleiding van een corruptiezaak in de stad Vitebsk liet de president optekenen dat ‘meer dan de helft’ van de verdachten Joods zijn. Om zich vervolgens af te vragen: “Hebben zij [de Joden, red.] een speciale, geprivilegieerde rol, dat ze stelen en niet aan hun toekomst denken?” De beschuldiging is extra cru omdat Loekasjenko en zijn entourage zelf verdacht worden van diefstal: zij zouden zich sinds 1994 verrijkt hebben met zo’n 10 miljard euro gemeenschapsgeld.
Het is zeker niet de eerste antisemitische oprisping van ‘Europa’s laatste dictator’. In 2007 zei hij dat de Joden de stad Babroesjk ‘in een zwijnenstal hebben veranderd’. In 2021 liet de trouwe bondgenoot van Poetin weten dat sinds de Holocaust ‘de hele wereld buigt’ voor de Joden. En in december vorig jaar nog vond Loekasjenko dat Armeniërs slim zijn: “Er is in hun land geen enkele Jood.” Maar gelukkig liet de dictator na zijn opmerking over corrupte Joden direct weten geen antisemiet te zijn.