Maart 2024 zou de geschiedenisboeken in kunnen gaan als de tijd waarin Nederland te maken kreeg met dagelijks fysiek geweld en publieke bedreigingen tegen individuele Joden. Een halfjaar na 7 oktober worden Joden hier aangevallen om wie ze zijn, uitgemaakt voor moordenaars en misdadigers, nota bene door groepen die de afslachtingen door Hamas ‘legitiem verzet’ noemen. Dit kan gebeuren doordat politici, bestuurders en de autoriteiten die voor veiligheid moeten zorgen grandioos falen.
Je had het kunnen zien aankomen. Wereldwijd kregen de ‘pro-Palestijnse’ protesten het karakter van een opzwepende massahysterie met een groepsdynamiek die louter geweldslust uitstraalde. Ook in Nederland. Degenen met de meest machinale, schrille stem schreeuwen het hardst en houden het lang vol. Het gebrul is onverbiddelijk, er komt geen andere stem tussen. Stel dat iemand in een concertzaal, in de Tweede Kamer, op een universiteit of stationsplein waar deze agressie plaatsvindt, daadwerkelijk een dialoog wil voeren of tegenargumenten wil inbrengen: kansloos. Het lawaai doodt elke poging tot (beschaafd) contact. Er wordt een dikke geluidshaag van haat bij elkaar gekrijst, die geen menselijke wenk van de andere kant laat doorkomen. De leuzen worden steeds korter, zodat ze snel achter elkaar kunnen worden gemitrailleerd. ‘Free, Free Palestine!’ heeft niets meer met historische gebeurtenissen of onrecht te maken, maar is een geluidsbom die je omver moet blazen. In deze oorverdovende afwijzing van iedereen die niet meedoet met de massapsychose schuilt de lust tot agressie en geweld. Taal heeft nu de opdracht de vuisten in beweging te brengen.
Obligaat
In de media, de NOS voorop, worden de hierbij betrokken lieden nog ‘demonstranten’ genoemd. Demonenophitsers zou een betere term zijn voor deze aanbidders van de doodscultus van Hamas, die elkaar massaal opzwepen in een oorlogsdans tegen alles wat Joods is. Hun kabaalsessies zijn zwarte rituelen voorafgaande aan vernietiging. Vanaf het eerste obsessieve getier in oktober was het duidelijk dat geweld de beoogde apotheose zou zijn.
De leuzen worden steeds korter, zodat ze snel achter elkaar kunnen worden gemitrailleerd
Niet iedereen ziet, begrijpt en voelt dit. Daarom mocht het uit de hand lopen, terwijl burgemeesters en gemeenteraden het prima vonden en ministers zo nu en dan obligaat iets prevelden als ‘erg hoor’, maar ‘vrijheid van demonstratie’. Niemand wou het zien aankomen en de verantwoordelijkheid nemen om de Jodenjacht te voorkomen. Afgelopen week werd dat nog eens duidelijk toen bij de Tweede Kamer de maat eindelijk vol was. Daar was de paniek na de belaging van Lenny Kuhr wel te voelen. In de vragen die Caroline van der Plas aan staatssecretaris van Cultuur Fleur Gräper stelde, klonk wanhoop. Ik geloof oprecht dat dit de voorwaarde is voor verandering: dat de hooggeplaatsten die macht hebben om iets te doen, daadwerkelijk geraakt worden door de ontoelaatbare misstanden. Dat ze voelen dat de maat vol is, dat zij nu aan zet zijn om het tij te keren. Dat emotie en verstand samenkomen om het goede te doen.
Kil geweifel
Zou dat ooit gelden voor Fleur Gräper? Die antwoordde doodleuk dat de meeste voorbeelden van aanvallen op Joden die Van der Plas noemde niet onder haar portefeuille vallen. Deze instrumentele houding spreekt boekdelen over de menselijkheid van de bestuurders die antisemitisme moeten bestrijden. Ze zien het niet of willen het niet zien, ze maken zich ervan af met kurkdroge teksten waaruit geen begrip spreekt, ze schuiven de verantwoordelijkheid van zich af. Misschien zijn ze naïef en een beetje lui, misschien zijn ze laf en bang of van alles een beetje. In ieder geval zijn ze niet eens bij machte te handhaven, laat staan nieuw beleid tegen antisemitisme te maken.
Tegenover de diep doorvoelde vernietigingszucht van de Jodenhaters die zich in het openbaar manifesteren en voeden met wederzijdse ophitsing, staat dus het kille geweifel van ministers die politiek correcte teksten opdreunen, om van het gedoe af te zijn, maar van binnen niets voelen. De mond beweegt, het hart is leeg. Drie keer raden wie hier zal winnen. Met bloed aan de handen.