11 jaar oud was Fawzia Amin Sido toen zij in 2014 door moslimterroristen van IS in Sinjar (in het noorden van Irak) werd ontvoerd en doorverkocht aan een Palestijnse terrorist. Nu is zij terug bij haar familie. Drijvende krachten achter haar bevrijding: een Joodse zakenman, de Israëlische regering en inlichtingendiensten en natuurlijk de IDF.
Nadat Fawzia vanuit het Syrische Raqqa was doorverkocht aan een aan Hamas gelieerde Palestijnse kinderverkrachter uit Gaza, werd zijn tien jaar lang misbruikt en vernederd. In 2020 belandde zij in Gaza, na een vier jaar durende zwerftocht door Turkije en Egypte. Haar ‘man’ was inmiddels gedood, maar Fawzia en haar twee kleine kinderen leden verder onder de behandeling van de familie van de Palestijn in Gaza.
Maman overtuigde premier Netanyahu van het morele belang van een reddingsoperatie
Nadat de IDF een van de leden van haar ‘schoonfamilie’ – een andere Hamas-terrorist – eind vorig jaar had gedood in een luchtaanval, slaagde Fawzia erin te vluchten. Zij vond onderdak in een safehouse in de Gazastrook, dat wordt gerund door de organisatie van de in Marokko geboren Canadees-Joodse zakenman Steven Maman. De ‘Joodse Schindler’ zet die zich al jaren in voor de vrijlating van duizenden door moslimextremisten ontvoerde christenen en jezidi’s.
Maman overtuigde premier Benjamin Netanyahu van het morele belang van een reddingsoperatie. En dat terwijl er nog zo’n honderd Israëlische gijzelaars vastzitten in Gaza, van wie waarschijnlijk nog slechts de helft in leven is. In ieder geval is Fawzia nu herenigd met haar familie in het noorden van Irak. Meer over haar lot, onder andere in haar eigen woorden, en het werk van Steve Maman leest u hier in The Jerusalem Post.