Of het nu de opening van het Holocaustmuseum is of de herdenking van het bloedbad bij de Olympische Spelen van München in 1972, Joden kunnen vrijwel nergens meer ongestoord de slachtoffers van oud en nieuw antisemitisme herdenken. Het was de bedoeling dat in de aanloop van de Olympische Spelen die op 26 juli beginnen, de slachtoffers van het bloedbad in München in het Hôtel de Ville (gemeentehuis) van Parijs herdacht zouden worden. Maar dat kan anno 2024 niet, omdat islamitische terroristen dreigen die herdenking op te blazen en linkse activisten haar willen verstoren.
Dus moet de herdenking op een geheime plek gehouden worden en in zeer besloten kring gehouden worden. Zo wordt Joods Frankrijk, net als elders in Europa en zeker ook in Nederland, steeds verder ondergronds gedreven. Niets is nog taboe voor de antisemieten: niet de moord op elf onschuldige leden van de Israëlische Olympische ploeg door Palestijnse terroristen en ook niet de herdenking van de Holocaust, de grootste misdaad in de Europese geschiedenis.
Het is een nieuwe slag in het gezicht van de Frans-Joodse gemeenschap, die al te verwerken kreeg dat het door de rabiaat antisemitische Jean-Luc Mélenchon gedomineerde Nieuwe Volksfront de verkiezingen won. Dit werd voorafgegaan door een jarenlange haatcampagne tegen de Franse Joden, waarbij geweld – zoals de moorden op twee bejaarde Joodse vrouwen, de verkrachting van een 12-jarig Joods meisje, pogroms tegen synagogen en bloedige terreuraanvallen op Joodse scholen – niet geschuwd wordt.